Federaal regeerakkoord zet deur open voor niet-confessionele levensbeschouwing

Patrick VERSTUYFT In het federale regeerakkoord staat deze opvallende zin: „De regering zal de Boeddhistische Unie van België (BUB), in samenwerking met de deelstaten, erkennen als een vereniging die morele bijstand biedt als niet-confessionele levensbeschouwing.” Daarmee zou het boeddhisme, na de vrijzinnigheid in 2002, de tweede erkende niet-confessionele levensbeschouwing in ons land worden, naast de zes erkende erediensten.

De BUB diende al in 2006 een aanvraag tot erkenning in. Sedert 2008 ontvangt de BUB een jaarlijkse toelage van 150.000 euro voor een voltijdse secretarisgeneraal die het boeddhisme in België moest structureren en de erkenning moest voorbereiden. Het wetsontwerp tot erkenning lag klaar, maar de val van de regering-Michel en het feit dat regering in lopende zaken moest, remden het initiatief. CD&V-kamerlid Els Van Hoof diende daarop in september 2019 de tekst in als wetsvoorstel. Het voornemen vond uiteindelijk zijn weg naar het regeerakkoord.

„We hoeven dus geen geheel nieuw begin te maken”, zegt Carlo Luyckx, voorzitter van de BUB. „Het boeddhisme is al ruim een halve eeuw aanwezig in België en telt ongeveer 150.000 beoefenaars. Voor ons is het belangrijk op gelijke voet te worden gesteld met de andere levensbeschouwingen en religies, vooral om vrije toegang te hebben tot de gevangenissen, de ziekenhuizen enzovoorts.” Dat onder de BUB een heterogene groep met een dertigtal verenigingen schuilt, vindt Carlo Luyckx geen zwakte, maar „een rijkdom. De drie belangrijkste boeddhistische scholen, Mahayana, Theravada en Vajrayana, en hun tradities zijn hier aanwezig en zij die zich ervoor interesseren, komen uit heel diverse hoeken”.

Een erkenning houdt ook in dat de BUB kan gebruikmaken van artikel 181 paragraaf 2 van de Grondwet die zegt: „De wedden en pensioenen van de afgevaardigden van de door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing, komen ten laste van de staat.” Dat financieringsmechanisme stuit sommigen tegen de borst. Edel Maex, gewezen secretaris-generaal van de BUB en beroepshalve psychiater en afdelingshoofd van de Stresskliniek in het ZNA-ziekenhuis SintElisabeth in Antwerpen, noemt het „een ziek systeem. Het is ooit ingesteld door Napoleon. We zijn het enige Europese land dat dat heeft behouden. Rik Pinxten, destijds voorzitter van het Humanistisch Verbond, behoedde ons ervoor. Hij noemde dat de ‘verkostering van de vrijzinnigheid’. De erkenning maakte de vrijzinnigheid afhankelijk van de overheid, dus van geld, en dempte het debat, vond hij”. Maex deelt eenzelfde vrees voor het boeddhisme: „Iets wat van de overheid komt, maakt ons veel minder betrokken. Er is geen inhoudelijke inmenging, maar bij een erkenning van de moskeeën komt de overheid er wel openlijk voor uit dat het een controlesysteem is. Ik ben er tegen dat het boeddhisme zich onderwerpt aan dat systeem en daarmee een stuk autonomie verliest. Alle verenigingen bewijzen dat ze kunnen overleven zonder die staatssteun. Geld is een gevaarlijke motivator.”

BUB-voorzitter Carlo Luyckx is niet bang van overheidsbemoeienis, „want we hebben niks te verbergen. Al onze 65 centra – sommige verenigingen hebben meerdere centra – en consulenten zijn verplicht een deontologisch en ethisch charter te ondertekenen. Een Comité van Wijzen kijkt daarop toe. Omdat ze nogal ongelijk verdeeld zijn over het land en de drie tradities, zullen de centra hun subsidie ontvangen via de provincies”.

„Het kan alvast niet de bedoeling zijn dat financieringssysteem af te schaffen”, zegt Els Van Hoof. „Het is niet omdat je iets toevoegt, zoals het boeddhisme, dat je de rest in vraag moet stellen.” Ze diende overigens een wetsvoorstel in dat ook het hindoeïsme, net als het boeddhisme, via een tussenstap van een subsidiëring van het Hindoe Forum van België, het representatieve orgaan voor het hindoeïsme in België, op weg zet naar een erkenning als eredienst.

Kerk en Leven - 28 oktober 2020