ETHISCH ET DEONTOLOGLISCHE CHARTER

Grensoverschrijdend gedrag en misbruik in boeddhistische gemeenschappen


Versie: 25-03-2018

1       De vaststelling


Grensoverschrijdend gedrag en misbruik kunnen verschillende vormen aannemen – economisch, lichamelijk, psychisch, seksueel, institutioneel en structureel.

Wij beseffen dat in de spirituele context er zich vormen van grensoverschrijdend gedrag en misbruik kunnen voordoen. Het is echter essentieel dat iedere beoefenaar de Dharma kan ontmoeten in een respectvolle, veilige en zorgzame omgeving.

Daarom dient iedereen die verantwoordelijkheid draagt bij de lidverenigingen van de Boeddhistische Unie van België erover te waken dat iedereen er het huidige ethisch en deontologisch charter respecteert. Het is gebaseerd op de noodzaak om alle lijden te vermijden en om de zorg voor het welzijn van de andere te bevorderen.

De statuten van de BUB leggen elke lidvereniging op om te waken over het respecteren van dit charter binnen haar vereniging en aan elke leraar om er zijn gedrag mee in overeenstemming te brengen.


2       Algemeen Beleid van de Boeddhistische Unie van België

Het beleid behandelt drie domeinen: een kwaliteitsbeleid, een preventiebeleid en een behandelingsprocedure bij melding.

2.1      Kwaliteitsbeleid

  1. Periodiek verdiepen van het huidige charter dankzij de bijdragen van de verenigingen
  2. Polsen naar en nagaan van de algemene situatie.
  3. Het bevorderen van ‘best practices’ met de lidverenigingen van de Europese Boeddhistische Unie
  4. Historische, culturele en maatschappelijke narratieven[1] in vraag stellen en evalueren die gedrag tot stand brengen of legitimeren dat lijden kan veroorzaken.
  5. Beroep doen op advies van onafhankelijke, externe experten

2.2      Preventiebeleid

  1. Het lidmaatschap van de verenigingen bij de BUB en de benoeming tot boeddhistisch consulent afhankelijk maken van de ondertekening van het huidige charter.
  2. Organisatie van vorming en het ter beschikking stellen van informatie rond de problematiek van grensoverschrijdend gedrag en misbruik met o.a. opleidingen, forums en uitwisseling van goede praktijken ten behoeve van de verantwoordelijken van de verenigingen.
  3. Verenigingen aanmoedigen om een intern debat te organiseren over deze problematiek en om er de tekst van het huidige charter te verspreiden en alle nuttige informatie over de personen die binnen deze context beschikbaar staan voor de beoefenaars.
  4. De verenigingen die hierom vragen helpen om adequate mechanismen in voege te laten treden om waakzaamheid te garanderen en om daartoe een huishoudelijk reglement op te stellen.
  5. De contactinformatie publiceren op de website van de BUB van onafhankelijke en externe gespecialiseerde meldpunten.
  6. De contactinformatie publiceren op de website van de BUB van vertrouwenspersonen (M en V) in elk van de 3 taalgebieden van België
  7. Een lijst van bevoegde therapeuten en diensten aanleggen.

2.3      Behandelingsprocedure bij melding

A. Van zodra grensoverschrijdend gedrag of misbruik ter kennis gebracht wordt van de BUB of wanneer er serieuze aanwijzingen van dergelijk gedrag zijn, dienen de organen van de BUB:

  1. in overleg te gaan met de verantwoordelijken van de betrokken vereniging;
  2. de nodige maatregelen te nemen om de integriteit van elke betrokken persoon te waarborgen;
  3. de Ethische en Deontologische Commissie te belasten met een informatieopdracht om op korte termijn de raad van bestuur in te lichten, zodat deze kan beoordelen
    1. welke initiatieven overwogen kunnen worden om het slachtoffer de gepaste hulp te bieden in haar of zijn specifieke situatie ;
    2. welke stappen ondernomen dienen te worden ten opzichte van de dader en de betreffende vereniging;
    3. of er een potentieel gevaar bestaat van strafrechtelijke inbreuk, en het dus al dan niet noodzakelijk is om de politiediensten op de hoogte te brengen van de feiten indien het slachtoffer zich hiervan zou onthouden;
    4. of, in geval van strafrechtelijke inbreuk, het al dan niet aangewezen is om de neerlegging van de functie ongedaan te maken.

B. In geval van strafrechtelijke klacht, zonder afbreuk te doen aan het vermoeden van onschuld, maar als voorzorgsmaatregel, contractueel de verplichting voorzien – voor de boeddhistisch consulent bezoldigd door de Staat – om onmiddellijk zijn functies neer te leggen.

De verenigingen aanmoedigen om dezelfde regel aan te nemen jegens hun leraren of begeleiders die als vrijwilliger actief zijn of waarvan de bezoldiging niet ten laste valt van de Staat.

C. Als de dader en/of de vereniging waar hij van afhangt de beslissingen van de raad van bestuur van de BUB betwist(en), hebben zij de mogelijkheid de arbitrage van de algemene vergadering in te roepen. Deze zal dan de leden aanduiden van een speciale commissie zodat deze een rapport kan opstellen voor de algemene vergadering.


3       Seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik

3.1      Inleiding

Seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik is een breed maatschappelijk fenomeen. Het vindt meestal plaats binnen de familie, maar komt ook voor bij instellingen, organisaties, (sport)verenigingen of in de werkomgeving. Ook levensbeschouwelijke milieus worden er niet van gespaard.

Seksuele relaties tussen leraar en student, of tussen begeleider en begeleide, d.w.z. tussen twee volwassenen met wederzijdse toestemming, zijn op zich geen strafbaar feit.
Een seksuele contact met personen onder zestien jaar is wel strafbaar.

De spirituele omgeving kent enkele typische kenmerken die aanleiding kunnen geven tot het ontstaan en het doen voortduren van grensoverschrijdend gedrag of misbruik (positie, charisma en ‘eenzaamheid’ van de begeleider, kwetsbaarheid en devotie van de begeleide, intimiteit van de begeleidingsrelatie, diepgang van het spirituele groeiproces dat vele aspecten van de persoon raakt, enz.).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik:

  • veroorzaakt veel pijn, lijden en negatieve effecten voor de betrokkenen en hun gemeenschap;
  • is niet te verzoenen met de ethische leefregels van de boeddhistische traditie, die inhouden dat relaties noch schade mogen berokkenen aan derden, noch aan zichzelf ;
  • wijzen meestal op een structureel probleem binnen de gemeenschap (onwetendheid, ontkenning, onduidelijke interne communicatie, geruchten, relativeren van de feiten, geheimhouding, enz.).

3.2      Gebruikte definities [2]

Wat is seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Seksueel grensoverschrijdend gedrag: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij niet wordt voldaan aan één of meerdere van de zes volgende criteria: wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, passend bij de context, passend bij de leeftijd of ontwikkeling en zelfrespect.

Wat is seksueel misbruik?

Seksueel misbruik is elke vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, waar geen wederzijdse toestemming voor bestaat, en/of die op een of andere manier is afgedwongen, en/of waar het slachtoffer veel jonger is of in een afhankelijke relatie staat.

Wat is grooming?

Grooming is het proces waarin de pleger zijn slachtoffer isoleert en bewust voorbereidt op het misbruik. De pleger probeert langzaam het vertrouwen te winnen van zijn slachtoffer en systematisch de grenzen tussen pleger en slachtoffer te laten vervagen. Dat proces kan weken, maanden en zelfs jaren duren. De pleger probeert stapsgewijs dichterbij te komen om geheimhouding mogelijk te maken. Het grooming proces is verraderlijk omdat het hierdoor zal lijken dat het slachtoffer ‘vrijwillig meewerkt’ aan het misbruik.

3.3      Voorzorgsprincipe

In de onderrichtrelatie is er geen “gelijkwaardigheid van personen” vermits ze niet dezelfde verantwoordelijkheden uitoefenen en de leraar zich in een machtspositie bevindt. Voor de leraar is elk initiatief van verleiding en seksueel gedrag daarom ongepast.

De leraar is een “spirituele vriend” die richting geeft aan de leden van de sangha, die hen aanmoedigt en beschermt. Bewust van zijn rol en zijn verantwoordelijkheid heeft hij in zijn relatie met zijn leerlingen een onberispelijk gedrag, zonder ambigu of ongepast woordgebruik. Hij stelt hen ook geen indiscrete vragen en vertrouwt hen geen misplaatste vertrouwelijke mededelingen toe. Zelfs als betrokken personen een gevoel van gelijkheid delen en zelfs als het initiatief tot toenadering van de leerling komt, is elke seksueel getinte relatie tussen een leraar en leerling van dien aard dat ze het adequaat verloop van de onderrichtrelatie in gevaar brengt en kan deze oorzaak van lijden zijn voor de twee personen, voor elke andere betrokkene en zelf voor de gehele sangha.

Daarom moet de onderrichtrelatie stoppen voordat een intieme relatie wordt aangegaan tussen de leraar en één van de beoefenaars tegenover wie hij een verantwoordelijkheid uitoefent.

Het komt natuurlijk elke vereniging toe om de adequate modaliteiten te preciseren om er het respect van dit deontologisch principe te verzekeren dat ook van toepassing is binnen bepaalde andere beroepen, zoals met name de psychotherapeuten.

 

[1] Ontleend uit het Engelse “narrative”: geheel van dominante vertellingen, overtuigingen en betogen binnen een groep of gemeenschap, die een (subjectieve) voorstelling van de werkelijkheid rechtvaardigen. Deze voorstelling heeft tot doel de identiteit, samenhang en belangen van de groep, de gemeenschap of haar leiders te versterken. Connotaties: fabels, verhalen, mythen, fictie.

[2] De drie definities zijn ontleend aan het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport vzw (ICES), een door de Vlaams Minister van Sport erkende organisatie voor beleidsondersteuning en praktijkontwikkeling op het gebied van ethisch sporten.

Zie: : http://www.ethicsandsport.com/
Zie ook: http://voicesfortruthanddignity.eu/be/information